Why we disagree about climate change. Geef een boek die titel en ik moet het lezen. Mike Hulme, hoogleraar klimaatverandering aan de School voor Milieukunde van de Engelse Universiteit van East Anglia, gáf zijn boek die titel en ik bén het aan het lezen. Al maanden. Want om eerlijk te zijn: ik kom er bijna niet doorheen.
Met Hulmes inhoudelijke aanpak is niets mis. Hij maakt de titel namelijk behoorlijk waar: hij beschrijft allerlei verschillen tussen samenlevingen en tussen individuen die ertoe leiden dat ze heel verschillend tegen klimaatverandering aankijken. Zoals… wacht, ik pak het boek er even bij. Oja: Wat we vrezen en wat we waarderen verschilt. Hoe veerkrachtig dan wel kwetsbaar we de natuur inschatten verschilt, en ook hoe vast we rekenen op goddelijk dan wel menselijk ingrijpen. En nog veel meer: onze prioriteiten in het leven, ons geloof in de wetenschap, ons vertrouwen in technische oplossingen… Een lange reeks van verschillen dus, die verklaart waarom slechts een minderheid van de wereldbevolking klimaatverandering als een dringend probleem beschouwt dat regeringen met drastische maatregelen zouden moeten aanpakken – iets waarvoor in mijn eigen sociale omgeving wél een duidelijke meerderheid bestaat.
Boeiend toch? Ja zeker. Potentieel spannend zelfs, want zou Hulme aan het eind met een oplossing komen? Jammer genoeg weet ik de afloop wel zo ongeveer, want ik heb een podcast gehoord en een artikel van hem gelezen waarin hij zijn visie veel korter ontvouwt. Die komt, als ik me goed herinner, hierop neer: we moeten klimaatverandering beschouwen als een gegeven, als iets dat we niet heel effectief kunnen bestrijden, dat voor- en nadelen heeft en waarmee we moeten leren leven. Slappe hap, als je het mij vraagt. Maar goed, als je al een kwarteeuw met het onderwerp bezig bent en je kent alle dramatische ideeën en theorieën die de ronde doen, zoals Hulme dus, dan is dit misschien wel de beste manier om je geestelijke gezondheid te beschermen.
Maar het ligt niet aan die vermoedelijke ontknoping dat ik nu al maanden, met onderbrekingen, bezig ben om Why we disagree about climate change uit te krijgen. De oorzaak is veel simpeler: het boek is saai. De man schrijft redelijk heldere, maar gortdroge zinnen zonder smaak of kraak. Het lijkt wel een vertaald EU-document: geen retoriek, geen humor, geen pakkende citaten, geen prikkelende formuleringen, niets.
Als ik een boek lees dat zulke lekkernijen wél heeft, vraag ik me wel eens af of die niet vooral afleiden. Pik ik de hoofdzaak, de boodschap, nog wel op? Maakt de sympathie die ik voor de auteur opvat, het niet moeilijk om het nog met hem of haar oneens te zijn? Maar zo werkt het niet, leer ik van Hulme. Want als de boodschap niet aantrekkelijk wordt opgediend, kost het me ongelooflijk veel moeite om die tot me te nemen. Omdat de auteur me eerder irriteert dan voor zich inneemt, heb ik niet eens zin om met hem in discussie te gaan, hem (in gedachten) met mooie inzichten te complimenteren, hem op aanvechtbare redeneringen of onjuistheden te betrappen. In plaats van een geanimeerd samenzijn wordt het lezen een moeizaam corvee.
Natuurlijk wisten de Romeinen al dat een goede stijl een voorwaarde is om de toehoorder bij de les te houden. Maar ik heb de laatste jaren zo veel meeslepende non-fictie gelezen dat mijn herinnering aan alle vreugdeloze school- en studieboeken aardig was vervaagd.
Bedankt, meneer Hulme, dat u me weer doet beseffen hoe beroerd de meeste onderwijs- en wetenschappelijke teksten geschreven zijn. Dat zal ik dankzij uw boek niet snel meer vergeten. Maar eh, die klimaatverandering… waarom waren we het daarover nou ook weer oneens? Kunt u dat misschien nog een keer opschrijven, en dan zo dat ik het wil lezen?