h1

Een woord van advies aan hoteliers en reizigers, met name in Birmingham

augustus 24, 2010

Dingen die je beter niet kunt doen als je een hotel runt:
* Je nagels afbijten en dan tóch rouwrandjes kweken.
* Een bolletje kauwgum dat vertrokken gasten in de vensterbank hebben gespuugd, bij het schoonmaken van de kamer daar laten liggen.
* Een bord ‘Te koop’ in de tuin van je hotel zetten.
* Klagen dat je het zo zwaar hebt omdat het personeel niet komt opdagen.
* De werking van het creditcardapparaat gebrekkig beheersen.

Dingen die je beter niet kunt zeggen als je een hotel runt:
* “Dit is de allereerste keer dat ik een English breakfast klaarmaak. Smakelijk.” (Gezegd door de receptionist annex kok annex ober met de rouwrandjes.)
* “Oh, u wilt ’s nachts de gordijnen slúíten?!” (In reactie op de klacht dat de gordijnen niet dicht kunnen.)
* “Ik moet straks naar de dokter. Ik heb door mijn diabetes een abces aan mijn been. Het is vannacht opengegaan. Wilt u het zien?” (En het dan laten zien.)

Dingen die je beter niet kunt doen als je accommodatie zoekt in Birmingham, Groot-Brittannië:
* Een kamer nemen in het Wake Green Lodge Hotel, 20 Wake Green Road, in de wijk Moseley. Daar heb ik namelijk alle bovenstaande gedragingen en uitlatingen wél geconstateerd, in amper twee etmalen.
* Drie nachten vooruitbetalen. Want je krijgt geen penny terug als je eerder vertrekt.

h1

De pyro- en kleptomane vandaal in mij

augustus 23, 2010

Laat ik nou altijd gedacht hebben dat ik een ontzettend braaf kind was. Zorgwekkend braaf zelfs. Gezeglijk en vlijtig en tevreden.
Maar wat lees ik nu? Onder het kopje ‘Slechte ouder-kindcommunicatie: grotere kans op delinquent gedrag’ schrijft de Universiteit Utrecht in een persbericht:

Meer dan 60% van de jongeren doet wel eens iets strafbaars, bijvoorbeeld een illegaal vuurtje stoken, iets stelen of graffiti spuiten. (…) Dat blijkt uit het onderzoek waarop Loes Keijsers op 3 september promoveert.

Nou, ik héb wel eens illegaal een vuurtje gestookt, samen met een vriendje. Dat was deel van de plattelandsjeugdcultuur, geloof ik. En ik heb dan wel geen graffiti gespoten, maar aan het toenmalige Zuid-Limburgse equivalent daarvan heb ik me wel degelijk bezondigd: mijn naam in de mergelsteen van een boerderij gekrast. (Een andere tekst was misschien slimmer geweest, inderdaad.) Alleen dat ik in die tijd iets gestolen zou hebben, kan ik me niet herinneren. Maar later wel. Sporadisch weliswaar, maar toch. En toen was ik al meerderjarig, dus dat is des te delinquenter.

Een braaf kind? Ik hoorde bij de 60 procent die opgroeit voor galg en rad! Ik was een kut-Limburgertje, dat was ik.
Wat een opluchting.

h1

Held af

mei 14, 2010

Ruim een jaar geleden, op 19 april 2009, schreef ik in een blogpost het volgende:

Het jaar 1971 heb ik maar ternauwernood overleefd. De bijna-doodsoorzaak was een darmperforatie als gevolg van een appendicitis. (…) Was ik geboren in 1850 of in Burkina Faso, dan was ik een naamloos nummer in de kindersterftestatistieken geworden.

Maar dat laatste klopt niet, lees ik net in een boek waar ik binnenkort waarschijnlijk op terugkom. Appendicitis ofwel blindedarmontsteking heeft zich pas in de loop van de twintigste eeuw wijd verbreid; in de westerse wereld het eerst. Waarschijnlijk houdt dat verband met iets in ons eetpatroon.

Daar gáát het heroïsche verhaal over mijn dappere wormvormig aanhangsel. In feite was het bijna het slachtoffer geworden van een welvaartsziekte. De schlemiel.

h1

Mag dit boek over?

mei 11, 2010

Why we disagree about climate change. Geef een boek die titel en ik moet het lezen. Mike Hulme, hoogleraar klimaatverandering aan de School voor Milieukunde van de Engelse Universiteit van East Anglia, gáf zijn boek die titel en ik bén het aan het lezen. Al maanden. Want om eerlijk te zijn: ik kom er bijna niet doorheen.

Met Hulmes inhoudelijke aanpak is niets mis. Hij maakt de titel namelijk behoorlijk waar: hij beschrijft allerlei verschillen tussen samenlevingen en tussen individuen die ertoe leiden dat ze heel verschillend tegen klimaatverandering aankijken. Zoals… wacht, ik pak het boek er even bij. Oja: Wat we vrezen en wat we waarderen verschilt. Hoe veerkrachtig dan wel kwetsbaar we de natuur inschatten verschilt, en ook hoe vast we rekenen op goddelijk dan wel menselijk ingrijpen. En nog veel meer: onze prioriteiten in het leven, ons geloof in de wetenschap, ons vertrouwen in technische oplossingen… Een lange reeks van verschillen dus, die verklaart waarom slechts een minderheid van de wereldbevolking klimaatverandering als een dringend probleem beschouwt dat regeringen met drastische maatregelen zouden moeten aanpakken – iets waarvoor in mijn eigen sociale omgeving wél een duidelijke meerderheid bestaat.

Boeiend toch? Ja zeker. Potentieel spannend zelfs, want zou Hulme aan het eind met een oplossing komen? Jammer genoeg weet ik de afloop wel zo ongeveer, want ik heb een podcast gehoord en een artikel van hem gelezen waarin hij zijn visie veel korter ontvouwt. Die komt, als ik me goed herinner, hierop neer: we moeten klimaatverandering beschouwen als een gegeven, als iets dat we niet heel effectief kunnen bestrijden, dat voor- en nadelen heeft en waarmee we moeten leren leven. Slappe hap, als je het mij vraagt. Maar goed, als je al een kwarteeuw met het onderwerp bezig bent en je kent alle dramatische ideeën en theorieën die de ronde doen, zoals Hulme dus, dan is dit misschien wel de beste manier om je geestelijke gezondheid te beschermen.

Maar het ligt niet aan die vermoedelijke ontknoping dat ik nu al maanden, met onderbrekingen, bezig ben om Why we disagree about climate change uit te krijgen. De oorzaak is veel simpeler: het boek is saai. De man schrijft redelijk heldere, maar gortdroge zinnen zonder smaak of kraak. Het lijkt wel een vertaald EU-document: geen retoriek, geen humor, geen pakkende citaten, geen prikkelende formuleringen, niets.

Als ik een boek lees dat zulke lekkernijen wél heeft, vraag ik me wel eens af of die niet vooral afleiden. Pik ik de hoofdzaak, de boodschap, nog wel op? Maakt de sympathie die ik voor de auteur opvat, het niet moeilijk om het nog met hem of haar oneens te zijn? Maar zo werkt het niet, leer ik van Hulme. Want als de boodschap niet aantrekkelijk wordt opgediend, kost het me ongelooflijk veel moeite om die tot me te nemen. Omdat de auteur me eerder irriteert dan voor zich inneemt, heb ik niet eens zin om met hem in discussie te gaan, hem (in gedachten) met mooie inzichten te complimenteren, hem op aanvechtbare redeneringen of onjuistheden te betrappen. In plaats van een geanimeerd samenzijn wordt het lezen een moeizaam corvee.

Natuurlijk wisten de Romeinen al dat een goede stijl een voorwaarde is om de toehoorder bij de les te houden. Maar ik heb de laatste jaren zo veel meeslepende non-fictie gelezen dat mijn herinnering aan alle vreugdeloze school- en studieboeken aardig was vervaagd.

Bedankt, meneer Hulme, dat u me weer doet beseffen hoe beroerd de meeste onderwijs- en wetenschappelijke teksten geschreven zijn. Dat zal ik dankzij uw boek niet snel meer vergeten. Maar eh, die klimaatverandering… waarom waren we het daarover nou ook weer oneens? Kunt u dat misschien nog een keer opschrijven, en dan zo dat ik het wil lezen?

h1

Tuut tuut

maart 21, 2010

Even een piepklein tussendoortje: een mini-enquête. Ik ben benieuwd!

h1

Spambreidel

maart 14, 2010

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Heel groot zelfs, want ze omvat ook dingen die er op het eerste gezicht niet in passen, namelijk uitingen zonder mening. Of zit er in pornografie wel degelijk een mening, onderhuids zogezegd? En is ook reclame – ‘een pond kogelharde spruiten voor een knaak’, ‘bezoek de Hiswa’ – in wezen opiniërend? Nee, ik denk eerder dat ‘vrijheid van meningsuiting’ een niet helemaal dekkende vertaling is van freedom of expression. En dat pornografie en reclame expressief zijn, staat natuurlijk als een paal boven water.

Maar hoe groot het goed van de vrije meningsuiting ook is, één vorm van reclame blijkt er toch buiten te vallen: spam. En dat is ook logisch, omdat… eh… waarom ook weer?

Ik heb het even nagevraagd bij mijn Twitter-contacten, en dat leverde precies de twee redenen op waar ik ook aan dacht. Ten eerste, spam is ‘wreed ambetant’, zoals @Flavie_ opmerkte; het ‘verpest het internetmilieu’, in @fraukewatson’s woorden. Daar kan ik zeker in meegaan. Maar is het echt ambetanter en milieuverpestender dan direct-marketingtelefoontjes rond etenstijd? Dan pop-ups, pop-unders en onrustige banners die halve websites bedekken? Dan reclamespotjes die films onderbreken? Dan frisse jongens en meiden die je op straathoeken proberen te strikken voor Greenpeace of Sanquin? Toch zijn die allemaal volkomen legaal.

Behalve Flavie en Frauke, die de irritatiefactor benadrukten, reageerden @pieter020 en @wijmakenalles (Klaas). Deze twee mannen gooiden het – ach, hoe voorspelbaar is het leven vaak – over de technische boeg: de belasting van het netwerk. En inderdaad: de meeste mail is spam. Toch betwijfel ik of dit de reden is. Ik krijg de cijfers zo gauw niet bij elkaar gegoogeld (iemand suggesties?), maar ik vermoed sterk dat YouTube en peer-to-peersites het netwerk heel wat zwaarder belasten dan spamberichtjes, hoe talrijk ook.

Ook opperde een van de vier nog dat spam verboden was omdat de bestrijding anders zo veel geld zou kosten. Maar die gedachte mist volgens mij de kern van de vraag, namelijk: waarom moet spam bestreden en valt het niet onder de vrijheid van meningsuiting? Waarom mag Ikea wel bij iedereen een catalogus in de fysieke brievenbusbus douwen, maar niet in de elektronische brievenbus?

Ik kan eigenlijk maar één reden bedenken: spam is te goedkoop. Aan spam verdienen gedrukte media niets, noch de gevestigde internetmedia, noch reclamebureaus. Baat bij spam hebben alleen de afzenders en de ict-jongens die voor de verzending zorgdragen. Dat zijn kleine spelers, ver weg, met weinig invloed op de Nederlandse wetgeving. Die kunnen, lobbytechnisch, niet op tegen degenen die zich door spam bedreigd voelen. Kortom, partijen met macht hebben kans gezien hun economische belangen te laten prevaleren. Ik zal niet zo ver gaan om spam een onderdrukt sociaal medium te noemen, maar de gedachte is verleidelijk.

Of zie ik de echte reden over het hoofd? Ik hoor het graag.

h1

Stroom moet stromen

februari 4, 2010

De wind waait niet altijd, de zon schijnt niet voortdurend. Tegenstanders van windmolens en zonnepanelen mogen dit graag benadrukken, als de vermeende achilleshiel van die energiebronnen.
Maar zo kwetsbaar is die hiel helemaal niet.

(1) Elektriciteit kun je transporteren: de Europese landen zijn op dit moment flink aan het investeren in onderlinge hoogspanningsverbindingen. Als het in Noorwegen niet waait, schijnt in Italië wel de zon, enzovoort.
(2) Elektriciteit kun je uit veel verschillende duurzame bronnen halen. Met biomassa kun je stroom opwekken wanneer je maar wilt, met waterkracht eveneens, getijde-energie is niet constant, maar wel voorspelbaar.
(3) Elektriciteit kun je opslaan. Door een stuwmeer vol te pompen. Door water te splitsen in waterstof en zuurstof. Door elektrische auto’s op te laden op momenten dat het wel waait of zonnig is. Bij dit soort processen gaat altijd energie verloren. Maar ja, bij omzetting van steenkool in elektriciteit ook, ongeveer de helft zelfs. Alleen zijn we daaraan gewend.
(4) Elektriciteitsverbruik kun je doseren. Want stroom moet weliswaar blijven stromen, maar hoe hard, daar kun je invloed op uitoefenen. Met slimme netwerken kunnen minder essentiële apparaten gemakkelijk een tijdje uit of op halve kracht draaien. Als je stroom duur maakt bij schaarste – druilerige windluwe dagen – en goedkoper bij overvloed – een winderige nacht – demp je de pieken en dalen in de vraag.

Het grappige is dat dezelfde mensen die weinig in duurzame energie zien, vaak wel voorstander zijn van kernenergie en ondergrondse CO2-opslag. Dat zijn respectabele standpunten die ik schoorvoetend deel – de luxe om alleen ideale oplossingen te accepteren kunnen we ons niet meer veroorloven. Maar beide technologieën vragen om enorme investeringen en uiterst geavanceerde oplossingen voor de problemen die er inherent aan zijn. De vier genoemde oplossingen voor het probleem van de wisselvallige wind en zonneschijn zijn eerder goedkoper dan duurder en vragen minder technisch vernuft.

h1

Boekverbod

januari 7, 2010

Laat ik, nu ik toch aan het updaten ben, meteen het stukje plaatsen dat nrc.next heeft geschreven naar aanleiding van een vraag van mij. (Klik hier als je het knipsel hieronder niet kunt zien.) Het antwoord heeft me verrast. Mein Kampf blijkt in Nederland op nogal onprincipiële gronden verboden te zijn. Niet dat ik dat erg vind, eerder integendeel, maar verwacht had ik het niet.

Deze voor mij nieuwe kennis maakt trouwens het pleidooi van Geert Wilders om de Koran te verbieden nog uitzonderlijker. Er blijkt namelijk geen lijst te bestaan van boeken die in Nederland verboden zijn. Wie de Koran wil verbieden, kan dit boek dus niet aan een bestaand lijstje toevoegen, maar moet een speciale wet uitvaardigen. En moet die wet dan alleen de de verkoop verbieden, of ook het bezit en het uitlenen? Zoja, dan wordt de Koran nog strenger verboden dan Mein Kampf.

Ten slotte keek ik er ook van op dat Mijn kamp, de Nederlandse vertaling, op amazon.com te koop is, voor $325. Tja, schaarste drijft nu eenmaal de prijs op. Amazon spelt de voornaam van de auteur overigens als Adolph.

Sic transit gloria mundi (zo gaat wereldse roem voorbij).

 

***

Ik heb inmiddels begrepen dat Wilders zich in 2007 ondubbelzinnig ervoor heeft uitgesproken om de Koran in Nederland volkomen illegaal te maken: ‘Een verbod is een verbod. Dus moet niet alleen de verkoop, maar ook gebruik in moskeeën en bezit in de huiselijke kring worden bestraft. Als dat in de huidige wetgeving niet kan, moet er een nieuwe verbodsbepaling komen’.

h1

Grote beetjes helpen beter (2)

december 6, 2009

Van nachtlampjes tot computers, van de deurbel tot de verwarmingsketel: hedendaagse huizen zijn tot de nok toe gevuld met spullen die stroom of gas verbruiken. Maar hun gewoontes lopen sterk uiteen: het ene ding slurpt energie, het andere nipt ervan.

Tot de nippers behoren bungelende opladers: wel ingeplugd, maar zonder apparaat. In een etmaal verbruiken die ongeveer evenveel als een rijdende auto in één seconde. Opladers consequent uit het stopcontact halen is dan ook een typisch geval van hozen met een vingerhoed.
Wie goed wil hozen, met een emmer dus, kan beter op zoek gaan naar de energieslurpers. Die kunnen drie verschillende gedaantes aannemen. De tempodrinkers verbruiken veel in korte tijd. De combiketel bijvoorbeeld: vijf minuten douchen kost duizend (1000!) keer zo veel energie als vijf minuten werken op een laptop. De gewoontedrinkers zijn matige gebruikers, maar weten van geen stoppen. Zo verbruikt een moderne koelkast per uur nog minder dan een laptop, maar wel de klok rond. De sociale drinkers, ten slotte, zijn elk afzonderlijk verstandige innemers, maar zijn met zovelen dat ze gezamenlijk toch aardig wat stroom wegwerken. Denk aan lampen.

Tijd voor cijfers. Witgoed verbruikt in een doodgewoon huishouden zo’n 5 kilowattuur per dag per persoon. (De cijfers, die opnieuw ontleend zijn aan Sustainable energy – without the hot air van David MacKay, heb ik ditmaal voor Nederland bewerkt, hoofdzakelijk op basis van milieucentraal.nl.) De afwasmachine, de vriezer en de wasdroger verbruiken bijna de helft hiervan. Persoonlijk kan ik al mijn hele leven zonder. Maar ik geef toe: met kinderen zou ik daar misschien heel anders over denken.
Voor lampen en andere elektronica hebben Nederlanders dagelijks per persoon zo’n 9 kilowattuur nodig. Het precieze cijfer hangt sterk van ons persoonlijke apparatenpark af. Met een tropisch aquarium, terrasverwarming en waterbed is het een koud kunstje om veel hoger uit te komen. Onze huisvriend de televisie is een geval apart. Ooit was hij een matige gebruiker. Maar eerst heeft de stand-byfunctie hem tot een gewoontedrinker gemaakt. En sinds zijn scherm enorm is gaan uitdijen, heeft hij zich bovendien tot een aardige tempodrinker ontwikkeld. Een beetje thuisbioscoop verbruikt per dag 1,5 kWh: 1 kWh gedurende de vier uur dat hij aanstaat, en nog eens een half als hij uitstaat.
Op drie manieren is er op elektronica gemakkelijk te bezuinigen. Spaarlampen (zullen we ze intussen maar eens gewoon ‘lampen’ gaan noemen? en die ouwe peren ‘verspillampen’?) schelen al gauw 2 à 3 kWh per dag per persoon. Door een televisie te kiezen met een ouderwetse diameter van rond de 60 cm en door hem écht uit te zetten gedurende de 20 uur van het etmaal dat je niet kijkt, bespaar je dagelijks ruim 1 kWh. Een laptop gebruiken (25 watt) in plaats van een desktop (100 W) scheelt wat minder, maar bij zes uur gebruik per dag toch 0,5 kWh.
Maar de grootste winst valt te behalen bij de laatste grote post op de energiebegroting: verwarming (cv en warm water). Als ik zeg dat we daar gemiddeld zo’n 20 kilowattuur per dag aan besteden, is dat wel een hele grove benadering. Singles die vrijstaande huizen bewonen kunnen makkelijk het viervoudige hiervan bereiken, grote gezinnen in kleine flatjes halen misschien maar een kwart. Maar zijn er mensen die kleiner gaan wonen om energie te besparen? Of die extra huisgenoten zoeken om de warmte te delen? Ik ken ze niet. Wat ik wel ken: isoleren. Isoleren is zo sexy als een winterjas, maar wel even effectief tegen de kou. Lampen uitdoen? Een kleinere tv kopen? De was buiten drogen? Allemaal verstandig, maar isoleer éérst je huis. Alleen al spouwisolatie van de buitenmuren scheelt een kwart kilowattuur per dag per vierkante meter! (Per huishouden dus, niet per persoon.) En je verdient het in drie winters terug.
Oja, die 20 kWh voor verwarming die hierboven werd genoemd, was op basis van een huis met een douche. Dagelijks vijf minuten douchen kost ongeveer 1,5 kWh, een bad ruim drie keer zo veel.

Alles opgeteld komt het gemiddelde verbruik in huis uit op zo’n 34 kilowattuur per persoon per dag. Eerder heb ik genoemd dat een vliegreis naar Mexico, omgerekend per dag, 20 kWh vergt, en 60 km autorijden per dag 43 kWh. De efficiëntste manier om energie te besparen is dus misschien wel deze: je huis zo aangenaam maken dat je niet vaak weg wilt. Heb je daarvoor een thuisbioscoop en een tropisch aquarium nodig? Ga je gang.

(wordt vervolgd)

h1

VAR

december 5, 2009

Door een onhandige manoeuvre op de site van de Belastingdienst heb ik de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) twee keer achter elkaar aangevraagd. “Dat zullen ze wel doorhebben”, vertrouw ik naïef.
Vandaag vallen er twee blauwe enveloppen in de bus. In beide zit een VAR. Op beide staat: “Let op! Bewaar deze verklaring zorgvuldig. Deze wordt slechts eenmalig verstrekt.”

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.