h1

Een krantekop met een rekenfout

november 17, 2011

‘Fietsen wordt gevaarlijker’, meldt NRC Next vandaag op de voorpagina. En op pagina 8: ‘Het aantal verkeersdoden daalt al jaren, maar onder fietsers is de daling beperkt.’ Hm… een beperkte daling – dat duidt er nou niet bepaald op dat fietsen gevaarlijker wordt. Integendeel, lijkt me.

Het ‘is steeds vaker een oudere fietser’ die bij een ongeval overlijdt of gewond raakt. Akelig, maar dat betekent dus ook dat het aantal slachtoffers onder middelbare en jonge fietsers scherper is afgenomen dan de ‘beperkte daling’ van hierboven. Bovendien is het aantal fietskilometers bij ouderen in vijf jaar met 50 procent gestegen, meldt het Fietsberaad, nog steeds in hetzelfde stuk. Dan zou je dus een behoorlijke stijging van het aantal ongevallen verwachten; in werkelijkheid zitten we opgescheept met die ‘beperkte daling’. Bekijk je het risico per afgelegde kilometer, dan is de kans op een ongeval dus aanmerkelijk gedaald (tenzij niet-ouderen minder zijn gaan fietsen).

Voor de ouderen zelf is het risico overigens niet afgenomen: in een periode van vijf jaar gingen ze 50 procent meer fietsen, maar nam het aantal ziekenhuisopnames wegens fietsongevallen onder ouderen met 55 procent toe. Voor hen is het risico dus inderdaad toegenomen, althans ietsje. Mits de statistieken kloppen – een kleine onnauwkeurigheid en het beeld kan al kantelen.

De conclusie kan al met al slechts zijn dat fietsen, behalve voor ouderen, steeds veiliger wordt. Precies het omgekeerde van wat de voorpagina beweert.

Waaróm beweert NRC Next dat? De daling van het aantal dode en gewonde fietsers verloopt veel trager dan die van het totale aantal verkeersslachtoffers. Het aandeel van de fietsers neemt dus toe. Maar het zou ook wel heel vreemd zijn als onder alle soorten verkeersdeelnemers de daling precies even snel zou gaan. Een gordelplicht en airbags hebben nu eenmaal andere effecten op de verkeersveiligheid dan een campagne voor goede fietsverlichting.

Maatregelen om het verkeer veiliger te maken voor fietsers – ik juich ze toe. Maar alarmerende onzinverhalen gebaseerd op statistisch onbenul lijken me niet het juiste middel om daarop aan te dringen.

****

Naschrift: NRC heeft de onduidelijkheid later opgelost. Het aantal gewonde fietsers neem wel degelijk in absolute zin toe. Cijfers daarover ontbraken volledig in het eerste stuk. Met ‘onveiligheid’ werd hier kennelijk – en niet onredelijk – bedoeld: ‘risico op ongeluk met verwonding of overlijden als gevolg’. In het stukje waarop ik me hierboven baseer, staan alleen cijfers over dodelijke slachtoffers. Overigens was de krant ook in zijn vervolgbericht nog steeds niet heel nauwkeurig, want of het risico per gefietste kilometer ook is toegenomen, was nog steeds niet met zekerheid uit de informatie op te maken; waarschijnlijk wel.

h1

Annie en Willem

september 20, 2011

Een jaar of vijf geleden heb ik voor een Utrechts koor een poosje gewerkt aan de tekst van een musical over de historische canon. Het idee was dat Willem Drees en Annie M.G. Schmidt de hoofdpersonen zouden worden. Alle andere 48 canonieke items zouden in de loop van het verhaal op de een of andere manier ook voorbijkomen.

Het project is helaas nooit doorgegaan: de dirigent verliet het koor en daarop verliet het koor het hele idee. Ik had tegen die tijd al vier teksten af, en die kom ik nu toevallig weer tegen. Er vallen me twee dingen op:
1. Drie van de vier waren erg ongeschikt voor een koor.
2. Maar voor de rest waren ze lang niet slecht.
Met name de eerste, waarin Annie M.G. Schmidt Willem Drees voor het eerst ontmoet, vind ik eigenlijk erg amusant, en vrij overtuigend in de Annie M.G.-stijl. Of vind ik nu mijn eigen baby al te mooi? Enfin – oordeel zelf.

(Annie Schmidt: sarcastisch, vrij langzaam)
Hé, sta ik hier nou face-to-face
Met onze staatsman, Willem Drees?
Die wijze blik, die grijze snor –
Het is hem hoor: Drees senior
Kijk aan zeg, wat een buitenkans
De tweede Vader des Vaderlands!

(Wat sneller)
Jij was zo keurig
En zo betrouwbaar
Je was een toonbeeld van fatsoen van heb ik jou daar

In alles matig
In alles sober
En zo verrassend als de regen in oktober

Je was verstandig
Je was zo zuinig
Ik vond je ongeveer zo sexy als een eunuch

Je was rechtvaardig
En o zo billijk
En nog wel dertig deugden meer, en daarom gil ik:

(Hartstochtelijk:)
Wáárom heb je voor mij en de rest
De jaren vijftig zo grondig verpest?
We snakten naar leven en lol en lawaai
Door jou werd het
Saai
Saai!
Saai!!

h1

Bakkers zonder idealen

februari 13, 2011

De wereld verbeteren is heus niet zo moeilijk. Als je maar een paar praktische idealen hebt.

Neem plastic broodzakken. Die zitten vaak dicht met een smal plakbandje. Eerst is het open uiteinde van de zak een paar slagen gedraaid. Vervolgens is het plakband daar als een stropje omheen geslagen. De zaak blijft zitten doordat de twee plakkende kanten van de tape tegen elkaar aan gedrukt zijn. Bakkers hebben daar een speciaal apparaatje voor, ongeveer zoals op bijgaand plaatje.

Zo’n zak zit dicht, dat valt niet te ontkennen. Zo goed dicht dat je een schaar of keukenmes nodig hebt om bij het brood te kunnen. Met een tafelmes lukt het niet. Dat weet je, maar je probeert het toch. Waarna je alsnog een schaar of keukenmes gaat halen.

Een moppermomentje, in mijn ervaring.

Terwijl het ook anders kan. Er zijn namelijk broodzaksluitapparaten op de markt die ervoor zorgen dat je als consument de zak wél gemakkelijk en netjes met de hand kunt openen. Tussen de kleverige uiteinden van het plakband zit dan een klein stukje papier. Een eenvoudig idee, een ideale oplossing.

Vandaar dat ik zeg: de wereld verbeteren is niet moeilijk. Maar onze bakkers ontbreekt het aan  idealen.

 

h1

Vertrouwen op mijn eigen ongelijk

januari 28, 2011

Van Afghanistan weet ik weinig. Mijn kennis reikt niet veel verder dan wat ik in mijn dagblad lees. Die informatie stemt veelal somber over de mogelijkheden om in het land iets ten goede te veranderen. Een politietrainingsmissie? Mijn idee zou het niet geweest zijn.

De partij waarmee ik me het meest verwant voel, GroenLinks, heeft afgelopen nacht vóór die missie gestemd. De betrokkenen hebben zich geïnformeerd, ze hebben gediscussieerd, ze hebben aanpassingen aan het regeringsplan bedongen en uiteindelijk dus (op één fractielid na) ja gezegd.

Wat stom – zou nu mijn reactie kunnen zijn. En dat zou het ook zijn als mijn mening hierover stevig gegrondvest was. Of als ik Sietse Bosgra was, want dan hád ik een gefundeerde mening.

Bij gebrek aan zo’n soort standpunt betrap ik mezelf – het klinkt wat ouderwets, besef ik – op een zeker vertrouwen in het oordeel van dat clubje in de Kamer. Ik heb op ze gestemd omdat hun partij een aardig deel van mijn waarden en prioriteiten lijkt te delen. In die zin vertegenwoordigen ze me. Over dit specifieke onderwerp hebben ze, in tegenstelling tot mezelf, lang en voor politieke begrippen grondig nagedacht.

Dat betekent niet per se dat ze gelijk hebben – Bosgra praat ook geen onzin, en in de PvdA zijn net zo goed heel wat verstandige mensen te vinden. Maar de kans is toch groot dat ik tot dezelfde conclusie was gekomen als negen van de tien GroenLinks-Kamerleden.

Ik was, kortom, tegen het kabinetsplan, maar ben tevreden met ‘mijn’ fractie die dat plan steunt. En dat is niet tegenstrijdig of verwerpelijk – een mening waar ik stevig aan vasthou, want die rust wél op gedegen fundamenten.

h1

Geketend denken

januari 21, 2011

Je wereldbeeld kleurt hoe je gebeurtenissen waarneemt en beoordeelt. Een waarheid als een koe. Maar deze waarheid loeide me van de week opeens hard in het oor tijdens een gesprekje met een gewaardeerde kennis.

Hij is, naar eigen zeggen, vroeger rechts geweest. Zelf ben ik vroeger links geweest. We zijn dat nu dus allebei een stuk minder; ik vermoed dat we allebei op dezelfde partij zouden stemmen als GroenLinks en D66 gewoon zouden fuseren tot een CDA-achtige middenpartij voor mensen met meer belangstelling voor de buitenwereld dan defensieve zelfgenoegzaamheid.

We kwamen te spreken over Brandon, de verstandelijk beperkte achttienjarige die in ’s Heeren Loo te Ermelo ‘vastgeketend’ zit sinds hij een speciaal voor hem ingerichte woning van een half miljoen euro vernield heeft. (Ik heb overigens alleen banden gezien en geen ketenen. Maar dit terzijde.) Via Brandon belandde het gesprek bij de bezuinigingen op de zorg die het kabinet van plan is.

Mijn kennis ging daar iets over zeggen, zag ik. Ongeveer dit, dacht ik: “Mensen schreeuwen nu moord en brand over de behandeling van die Brandon. Maar je weet: als je gaat bezuinigen op de zorg, zullen de wantoestanden daar alleen maar toenemen.” Dat was namelijk eerder die dag door mijn hoofd gegaan, en de gedachte leek me, hoewel weinig origineel, daarom niet minder steekhoudend.

Maar in feite verklaarde hij: “Ach, als er een half miljoen euro af kan voor één cliënt, dan valt er in de zorg echt wel wat te bezuinigen.”

Het gaat me er nu niet om wie er (het meest) gelijk had. Wat mijn kennis zei, lijkt me geen onzin. En ik vrees nog steeds dat mijn gedachte ook wel klopt. Maar wat me trof, was hoe we dezelfde feiten – vastgelegde jongen, voorgenomen bezuinigingen – moeiteloos en keurig in ons eigen wereldbeeld boetseerden. Hij in zijn rechtsige, ik in mijn linksige.

Misschien heeft GroenLinks toch meer bij de PvdA te zoeken. Dan kan D66 mooi de VVD gaan liberaliseren.

 

 

 

h1

De klapkans

januari 11, 2011

Een gek belt dat ie ergens een bom heeft gelegd, en de politie ontruimt het gebouw (zojuist weer op station Amersfoort). ‘Je kunt het risico niet nemen’, heet het dan. Maar dat klopt niet. We nemen de hele dag risico’s. Het gaat erom hoe gróót het risico is.

Ik heb geen cijfers, maar ik constateer dat bommeldingen in Nederland vrijwel altijd loos alarm zijn. Ik kan me eerlijk gezegd geen bommelding herinneren waar een klap op volgde. Ik constateer ook dat er in Nederland geregeld autobommen ontploffen, meestal bij het slachtoffer voor de deur of onderweg. Die worden bij mijn weten niet van tevoren aangemeld bij de politie. Ik ben dan ook benieuwd naar het antwoord op deze vraag: waar is in Nederland de kans op een bomontploffing groter, in de buurt van een auto zonder dat er een bommelding is geweest, of op autoluwe locaties na zo’n melding?

Nogmaals: ik heb de cijfers niet. Ik hoop dat degenen die de cijfers wel hebben, eens aan het rekenen slaan. Maar ik denk dat ze dat niet doen. Want ‘je kunt het risico niet nemen’.

h1

Mondelinge archeologie

december 14, 2010


Toen mijn moeder me zo rond 1983 leerde hoe ik overhemden moest strijken, benadrukte ze dat daarbij een vaste volgorde van belang was: eerst de boord en de manchetten, vervolgens de mouwen, de borstzakjes en de knoopsgatenbies, en dan pas de rest. Kort samengevat: strijken van dik naar dun. (Ik ben benieuwd of er lezers zijn die dit herkennen, of die het ook zo doen.)
Waarom zou dat zo moeten?
Een vaste volgorde is natuurlijk handig om te voorkomen dat je iets overslaat. Maar waarom juist déze volgorde, en niet gewoon van links naar rechts, bijvoorbeeld? Mijn theorie is dat dit een overblijfsel is uit vervlogen tijden; toen nuttig, nu zinloos.
Ooit was een strijkijzer niet meer dan een blok ijzer met een handvat. Geen thermostaat met verklikkerlampje, geen waterreservoir en al helemaal geen elektrisch snoer. De hitte kwam niet van binnen, maar van buiten: een kachel of een fornuis. Naarmate een strijkster langer bezig was met een kledingsstuk, werd het ijzer dus koeler. Het was dan nog wel geschikt om de dunne panden glad te krijgen, maar de weerbarstige dikke delen vereisten de maximale hitte. En dus moesten die het eerst.
Als dit klopt, was de les van mijn moeder eigenlijk een staaltje mondelinge technologische archeologie.

twee strijkijzers

h1

Web

oktober 17, 2010

In een struik
Net naast mijn gazon
Hangt een web
Dat een spin daar spon

’n Kleine mot
Vliegt haast in het net
Maar ontkomt
Doordat ik haar red

Sedertdien
Gelooft de kleine mot
In ’t bestaan
Van een goede God

Doch de spin
Mist haar dagelijks brood
En zij sterft
Wetend: God is dood

h1

Papen!

september 26, 2010

Harie Janssen werd in 1893 geboren in Berg aan de Maas. Een Limburgse dorpsjongen, een gelovig katholiek en later, toen hij een slagerij opende, ook nog een kleine middenstander. Alle omstandigheden leken hem voor te bestemmen tot bekrompenheid. Maar daar kwam iets tussen.

Gedurende de hele Eerste Wereldoorlog was Harie Janssen dienstplichtig – Nederland was weliswaar neutraal, maar het leger bleef voorzichtigheidshalve wel gemobiliseerd. Als hij ’s nachts wachtliep, zo vertelde hij later, dacht hij vaak: ‘In Berg zien ze nu dezelfde maan.’ Zo veel heimwee had hij, vier lange jaren lang.
Zonder oorlog is het soldatenleven wel veilig, maar ook erg saai, en het saaist van al waren de zondagmiddagen, als Harie zijn religieuze plichten al had vervuld, maar het protestantse dorp waar hij was ingekwartierd nog nauwgezet de dag des Heren eerbiedigde. De vele kerken waren open en vol, maar de schaarse kroegen bleven dicht en ledig. Gelukkig hadden Harry en twee van zijn maten ontdekt dat er buiten henzelf nog één katholiek in het dorp woonde: de stationschef. En dus trokken de vier mannen zich op zondag terug in diens kantoortje en speelden bridge.
Dat bleef niet onopgemerkt. En al mochten de dorpelingen op zondag niet werken, niet fietsen en niet bridgen, dat weerhield hen er niet van om met een meute naar het station te trekken, samen te drommen voor de ramen waarachter de militairen en de spoorwegman zaten te kaarten, en met zijn allen te schreeuwen: ‘Papen! Papen!’
Zo was Nederland, krap een eeuw geleden.

Op zijn diensttijd na woonde Harie Janssen zijn hele leven in Berg aan de Maas. Hij werd er gemeenteraadslid, wethouder en zelfs loco-burgemeester. Uiteraard voor de KVP, de katholieke voorloper van het CDA. Met andersdenkenden kwam hij daar nog maar weinig in contact – een paar protestantse klanten waarschijnlijk, één joodse kruidenhandelaar, misschien een socialistisch Statenlid. (Moslims waren er nog niet in Zuid-Limburg.) Zonder uitzondering bejegende hij hen met respect. Hij wist uit de eerste hand wat het betekende om tot een gehate minderheid te behoren. De ervaring behoedde hem voor de bekrompenheid waartoe hij voorbestemd leek.

De huidige politiek leider van het CDA is een geloofsgenoot, partijgenoot en streekgenoot van Harie Janssen. Maar toen ik gisteren in Berg aan de Maas was, hoorde ik hoe mijn opa zich omdraaide in zijn graf.

h1

Het hongerige treintje – een ware geschiedenis

september 6, 2010

Er was eens een geel-blauw treintje dat altijd honger had. De bovenleiding gaf hem stroom en het spoorbedrijf stopte hem vol vlezige reizigers, die op hun beurt verse kranten, etensresten en verpakkingen in zijn prullenbakjes propten. Maar nog was zijn trek niet gestild.
Daarom verzon het geel-blauwe treintje een list. In de rugleuning van al zijn stoelen verstopte hij hapmonden. Klapten de passagiers het tafeltje uit dat zich in de rugleuning voor hen bevond, dan zagen ze niets bijzonders. Maar klapten ze het tafeltje dicht terwijl er nog iets op lag, dan greep de hapmond zijn kans. Velletjes papier met belangrijke aantekeningen, dure pennen, bijzondere cd’tjes, onmisbare telefoons, elektronische muziekdoosjes en, niet te vergeten, treinkaartjes – ze gleden allemaal in de gulzige gleuf en waren voorgoed verdwenen.

En zo, zijn honger gestild met de kostbaarheden van de reizigers, zoefde de geel-blauwe trein nog lang en gelukkig langs zijn ijzeren levenspad.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.